Kind van de contractarbeiders


INTERVIEW ‘Doe dit, haal dat ... Je bent niet anders gewend dan commandotaal te horen, terwijl je op je werk alleen maar onderdanig knikt en niet voor je eigen mening opkomt.’ Dat was Alice Alles-Gauri, van de Perrongemeenschap in Oosterheem, jarenlang ten voeten uit. De invloed van de slavernij heeft in haar leven doorgewerkt, ook in de opvoeding, in denken, in praten, in kijken en in doen.



‘Mijn opa van vaderskant uit een arme streek van Brits Indië werd werk beloofd in Calcutta. Maar hij bleek geronseld te zijn als contractarbeider en werd per schip vervoerd naar de Surinaamse suikerrietplantage Tout-lui-faut, later genoemd Jagtlust in het district Para.
De plantage-eigenaar kreeg na de afschaffing van de slavernij van de Nederlandse overheid als compensatie 300 gulden, omdat de slaaf geen slaaf meer was. Maar de zogeheten contractarbeider moest onder slavernijomstandigheden werken, onder hetzelfde regime en voor een hongerloontje. Mijn opa trouwde na zijn contractperiode met mijn oma. Mijn vader is hun enige zoon. Mijn moeder is ook een kind van een contractarbeider, geboren op 13 mei 1917. Zij was 9 jaar toen zij werd uitgehuwelijkt, omdat haar ouders bang waren voor misbruik door de plantage-eigenaar of dat zij als huisslaaf moest werken. Ze heeft nooit leren lezen of schrijven. Als kinderen, ik ben de zevende van dertien, mochten we met niemand anders omgaan. Vanaf mijn negende kookte ik al voor het huishouden, inclusief de arbeiders die werkten op het land van mijn opa. Ik moest grote pannen met rijst koken, de was schoonschrobben met de rug van een maiskolf, en als ik om zeven uur ’s avonds achter mijn schoolboeken zat viel ik in slaap. Ik werd verliefd op een Chinees-Creools-Indiaanse jongen, maar er was een strikte scheiding tussen de bevolkingsgroepen. Alleen iemand van eigen ras en cultuur werd geaccepteerd. Dus toen ik met 22 jaar zwanger van hem was geworden, werd ik verstoten. Ja, ik heb erg veel verdriet gehad.
Mijn vriend vertrok onder druk van zijn familie naar Nederland. Ik kwam in 1973 naar Nederland. Hij bleef van mij houden en uiteindelijk zijn we bij elkaar gekomen en getrouwd.
Na vijftien jaar huwelijk was ik door alles wat ik had meegemaakt depressief geworden. Het RIAGG maakte de beerput bij mij open, maar zij hadden geen oplossing voor mijn pijn. We waren dan wel in de Evangelische Broedergemeente getrouwd en gedoopt, maar de Bijbel zei me ook helemaal niets.
Ik riep naar God om hulp. In de deuropening zag ik Jezus als een lichtende gestalte staan, die naar mijn witte huwelijksbijbel wees. Ik pakte de bijbel, deze viel open en op dat moment sprong juist deze tekst er met grote letters uit: ‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hen binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.’ Het sloeg bij mij in als een bom. Ik ben gaan lezen en lezen en nooit meer gestopt. Het heeft me losgemaakt van de geest van de slavernij en na jaren en jaren is elke pijn geheeld. Dit gun ik nog zoveel anderen. Ik dank God dat Hij mij tot herstel heeft gebracht.’

Marieke van der Giessen-van Velzen