DIEPSTE KRACHT VAN GEBED

Bidden is meer dan woorden uitspreken




ONTMOETING Vraag een kind wat bidden is en het zegt meestal: ‘Bidden is praten met God’. Ook voor de meeste volwassenen is dit de standaarddefinitie. Bidden is praten. Nu is er een verschil tussen praten mét en praten tégen. Spreek ik met iemand, dan is er sprake van tweerichtingsverkeer: de ander zegt iets, ik luister, en vervolgens reageer ik. Of omgekeerd. Spreek ik tegen iemand, dan ben ik al snel aan het zenden. Als diegene niet luistert – dat overkomt me geregeld met mijn kinderen – dan zeg ik: ‘Hé, ik praat tegen je!’

Bidden is geen monoloog. Maar hoe komt het dat het soms wél zo voelt? We rijgen woorden aaneen, vormen zinnen, soms vloeiend, soms struikelend, en vaak voelt het meer als verplichting dan als vreugde. Waarom is bidden soms zo vermoeiend? Zou het kunnen dat we te veel praten tégen en te weinig mét?

Biddend de Bijbel lezen
Door de hele geschiedenis van de Kerk heen leeft het besef dat bidden meer is dan woorden uitspreken. Dit klinkt al in de Schrift: ‘Mijn ziel keert zich stil tot God’ (Psalm 62:1). Gebed begint bij aanwezigheid. Het is het besef dat God al nabij is en spreekt voordat wij Hem zoeken of aanroepen. Een oude, beproefde weg om deze houding te oefenen is de zogeheten ‘lectio divina’, letter­lijk: ‘goddelijke lezing’. Deze combinatie van bijbellezen en bidden heeft niet als doel analyse of studie, maar ontmoeting. Nadat je de tijd hebt genomen om stil te worden, neem je een korte Bijbeltekst ter hand. Het gaat om: lezen, mediteren, bidden, rusten, een oefening in vier stappen.

Oefening in vier stappen

Laten we dit concreet maken aan de hand van Psalm 27. Niet de hele psalm, maar vers 4:

‘Ik vraag aan de Heer één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de Heer alle dagen van mijn leven, om de liefde van de Heer te aanschouwen, Hem te ontmoeten in zijn tempel.’

In de eerste stap, de lectio, gaat het eenvoudig om het lezen. Niet om te begrijpen, maar om te ontvangen, meer met het hart dan met het hoofd. Lees deze woorden langzaam. En na een moment van stilte nog eens.

In de tweede stap, de meditatio, geef je aandacht aan een woord of zin die blijft hangen. Het kan een woord zijn dat onverwacht oplicht. Neem de frase: ‘de liefde van de Heer aanschouwen’. Dat gaat over liefdevolle aandacht, voorbij het vluchtige en oppervlakkige. We praten in de kerk vaak over de liefde van God, maar zijn liefde aanschouwen is nog iets anders. Ik moet denken aan wat Johannes schrijft: ‘Wij hebben zijn heerlijk­heid aanschouwd’ (Johannes 1:14). Helder en stralend zie ik Jezus’ liefde voor mijn innerlijk oog.

En als vanzelf welt dankbaarheid op en aanbidding en verwondering. ‘Heer, wat bent U goed. Dat U mij liefhebt. Ook ondanks mijzelf en mijn tekort aan wederliefde, mijn liefdeloosheid soms.’ Zo gaat de meditatio, het reflecteren op de Schriftwoorden, vloeiend over in de oratio, het bidden. Dit is praten mét: de wederkerigheid van Woord en antwoord.

De laatste stap van de lectio divina is de contemplatio, het rusten in Gods aanwezigheid. ‘Hier weidt mijn ziel met een verwond’rend oog’, zingt de Oude Berijming van deze psalm 27. Precies dat. Niet even gauw bidden en weer door. Slow down. ‘Blijf in mijn liefde’, zegt Jezus in Johannes 15. Je blijft dus nog even wat langer in de binnenkamer. Gemeten aan onze schermtijd kan tijd niet het probleem zijn.


Met de ogen van de ziel
Misschien klinkt dit wat vaag of zweverig. Toch is dat niet zo. Ook een oergereformeerde oudvader als Wilhelmus á Brakel – tijdgenoot en geestverwant van oud-Zoetermeerder Jodocus van Lodenstein* – beschrijft de vervoering die hem soms overkwam in de biddende omgang met de Schrift:

‘Ik raakte vol vreugde, en mijn gedachten werden getrokken naar de dingen die boven zijn, zodat ik mij één met God wist. Ik kon God met de ogen van de ziel zien. Ik merkte dat ik weggevoerd werd tot in Gods wezen, en tegelijkertijd werd ik zo vervuld van vreugde, vrede en liefde, dat ik het niet onder woorden kan brengen.’

Klein beginnen
Als huis-tuin-en-keuken-gelovige kun je je klein voelen bij zulke grote woorden. Misschien zelfs ontmoedigd. Maar wie deze vorm van bidden wil oefenen, hoeft niet groot te beginnen. Een paar minuten stilte aan het begin of einde van een gebed kan al helpen. Het langzaam lezen van een korte Bijbeltekst kan een rustpunt worden in een hectische week. En soms is het genoeg om na het bidden nog even te blijven zitten, zodat onze ziel de kans krijgt om echt stil te worden tot God. Gebed is geen kunstje dat beheerst moet worden. Het is veelmeer een houding van ontvankelijkheid en overgave. Eerst luisteren, dan spreken.

Het kan een rustpunt worden in een hectische week

Uitnodiging
Wie deze weg van bidden wil gaan, begint met eenvoudig aanwezig zijn: ‘Zie, hier ben ik.’ Dat is geen luxe voor spirituele experts, maar een uitnodiging voor ons allen. Wat als we in onze gebeden eens wat minder zouden praten en meer zouden luisteren? Misschien is dat wel de diepste kracht van gebed: niet dat wij veel aan het woord zijn, maar dat wij God aan het Woord laten – en verwijlen in zijn aanwezigheid.

ds. Pieter Baas
PREDIKANT OOSTERKERK