Uitgave van de Protestantse Gemeente Zoetermeer

Van tabernakel tot kerkgebouw

Huis van God – plaats van ontmoeting




Kerkgebouwen zijn van oudsher een plek van samenkomen en ontmoeten. Hoe bijzonder is deze plaats, wat ervaar je als je er binnen­komt, geldt en gold dat voor iedereen? Hoe zag de ontmoetingsplek met God er vroeger uit? Deze en nog meer vragen borrelen op bij het nadenken over de kerk als het ‘huis van God’.

De ontmoeting is een van de belangrijke aspecten in Gods huis. Al vroeg in de Bijbel vinden er ontmoetingen plaats tussen God en mensen. Na zo’n speciale gebeurtenis richtten mensen een altaar op, zoals te lezen valt over de aartsvaders Abraham, Isaäk en Jakob in het bijbelboek Genesis. Een offer- en gebedsplaats waar God en mens in verbinding komen. 

‘En zij zullen Mij een 
heiligdom maken, en Ik zal 
in hun midden wonen.’ 
Exodus 25:8 (NBG51-vertaling)

Mobiel huis
Tijdens de woestijntocht van de Israëlieten – vanuit Egypte naar het land Kanaän – krijgt Mozes een bijzondere opdracht: hij moet een ‘tabernakel’ bouwen. Een ‘tent van samenkomst’ die net als het volk Israël toen geen vaste plaats had, maar mee kon trekken tijdens de tocht.
In het tweede bijbelboek Exodus wordt beschreven hoe die ‘ontmoetingstent’ er uit moest zien en ingewijd moest worden. God geeft de opdracht en doet tegelijkertijd de belofte dat Hij er wonen wil. 

Dit mobiele huis van God was altijd vanuit elke kampafdeling te zien, overdag door een wolk erboven en ’s nachts door een vuurkolom. De ontmoeting met God kon plaatsvinden voor het volk in het Voorhof. Voor de priesters was er het Heilige. En het Heilige der heiligen mocht maar één keer per jaar betreden worden door de hogepriester voor de ultieme ont­moeting met God – de drie trappen van wederkerige toenadering van Jahweh, ‘Ik ben’, en Israël.

Klaagmuur
De twee tempelverwoestingen worden beschouwd als de belangrijkste keerpunten in de Joodse geschiedenis. De tempels waar iedereen elkaar en de Allerhoogste kon ontmoeten waren niet meer. Het enige restant is de Westmuur, bekend geworden als de Klaagmuur. Dankzij moderne tunnels zijn grote delen van de muur nog zichtbaar en ondergronds bereikbaar. Sommige delen bevinden zich dicht bij de oorspronkelijke plek van de tempel. Voor de échte orthodoxe jood is bidden bij dit bijna geheime plekje dan ook het ultieme levensdoel.


Een vaste woning
Na de omzwervingen van het volk Israël wilde men een vaste woning voor God bouwen, een tempel opgetrokken uit hout en steen: de tempel van Salomo. 

Salomo bidt: ‘Laat uw ogen 
geopend blijven, dag en nacht,
naar dit huis, naar de plaats 
waarvan U gezegd hebt: 
‘Mijn Naam zal daar wonen’.’ 
1 Koningen 8:29 (Willibrord-vertaling)

Deze tempel stond in Jeruzalem en werd het middelpunt van de ceremoniële joodse eredienst. De Hebreeuwse naam hiervoor is Beth HaMikdash, ‘Huis van het Heiligdom’. Zo hoeft Gods naam niet onnodig uitgesproken te worden. Dit heiligdom werd in 586 v.Chr. verwoest. 
De tweede tempel, gebouwd na de ballingschap, was minder groot dan de eerste, maar werd later door de Romeinse vazalkoning over Judea, Herodes I, vergroot en verfraaid. Er kwam een gigantisch verhoogd plateau onder de tempel, dat omringd werd door vier muren. In de beschrijving van Flavius Josephus (37-100 n.Chr.): 
‘Een berg van schitterend goud en prachtig wit marmer. (…) Het goud reflecteerde zo sterk, dat zij die er naar keken, hun blik moesten afwenden, alsof ze recht in de zon hadden gekeken.’ 
Deze tweede tempel werd door de Romein Titus in 70 n.Chr. verwoest.

Joodse gebedshuizen
Hoewel er veel onduidelijkheid over bestaat is wel bekend dat tussen de twee tempelvernietigingen al synagogen bestonden. De vroegste inscripties van een joods gebedshuis stammen uit de derde eeuw voor Christus en zijn gevonden in Egypte. Het is niet gezegd of daarmee ook de oorsprong in Egypte gezocht moet worden. 
In Israël, met name in Jeruzalem, maakte men in de tweede eeuw v.Chr. gebruik van heiligdommen om samen te komen op de offertijden van de nabijgelegen tempel. Rabbijnen gingen daar voor in gebed en begeleidden hun volgelingen met hun studie. 
Deze functie is nog steeds een heel belangrijke in de synagoge. En de reden dat de synagoge ook wel ‘sjoel’ is gaan heten – Jiddisch: shul, afgeleid van het Duitse Schule. Het belang van het samen­komen is te zien aan het Griekse woord synagoge, een vertaling van het Hebreeuwse beth ha-knèsset: ‘huis van samenkomst’. Beth ha-tefilla of ‘huis van gebed’ geeft een derde belangrijke functie van de synagoge aan.
Het gebouw herinnert aan de verwoeste tempel in Jeruzalem. De gebedsrichting en de arón of ‘ark’, de nis waarin de Thora-­rollen bewaard worden, laten dit zien. Hierboven hangt het eeuwig brandende licht, dat herinnert aan de zevenarmige kandelaar in de tempel, terwijl deze ark wordt geflankeerd door twee zuilen zoals in de tempel van Salomo.

‘Want waar twee of drie 
mensen in Mijn naam samen zijn,
ben Ik in hun midden.’ 
Matteüs 18:20 (NBV21-vertaling)

Christengemeente
De eerste christenen in het Nieuwe Testament kwamen samen zoals ook de synagoge is begonnen. Huissamenkomsten, waar gepredikt werd, avondmaal gevierd, gebeden en gezongen. Van kerkbouw is in de tijd van het Nieuwe Testament nog geen sprake. Pas vanaf de tweede eeuw worden daarvoor gebouwen ingericht. In het Romeinse Rijk eerst in de vorm zoals van de rechtszalen of markthallen, later in kruisvorm. Deze huizen werden kuriakè genoemd: Grieks voor ‘wat van de Heer is’. Ons woord kerk komt daar vandaan.


Samenkomen, ontmoeten, bidden, leren, herinneren zijn werkwoorden die na veel eeuwen nog door­klinken in gebouwen die gezien en ervaren worden als huis van God. Of daarvoor een specifiek gewijde ruimte nodig is, kan de vraag zijn. De ruimte ontvangt haar wijding als mensen bij elkaar zijn rondom Woord en sacrament. Maar dat kan ook al zo zijn waar ‘twee of drie in Zijn naam bijeen zijn’, bijvoorbeeld in een stilte­centrum of een gedachtenisruimte. 
Klassieke, monumentale gebouwen roepen een sacrale, soms mystieke sfeer bijna vanzelf op door onder andere de grootte, de geschiedenis, het licht en het donker. Modernere kerk­gebouwen spelen daar ook op in. Licht en vormen, gekleurde ramen waardoor het licht precies op een bepaald punt valt of kerkmuren die zich als een omhelzing om de kerkzaal krullen, bedoelen een bijzondere, voor sommigen een sacrale sfeer te creëren. 
Om de ontmoeting gaat het uiteindelijk. Of die plaatsvindt bij een stel gestapelde stenen, een tent, tempel, monumentale kathedraal of een eigentijds gebouw, God wil bij ons wonen.

Hanneke Lam